 |
 |
|
De eerste oefening |
|
 |
 |
|
De brandweercommissie |
|
 |
 |
|
Het huidige wagenpark |
|
|
 |
|
75 jaar Bedrijfsbrandweer
De eerste oefening van de bedrijfsbrandweer vond al in 1923, nog voor het aansteken van Hoogoven 1, plaats. Echter pas op 5 september 1933 werd de vrijwillige bedrijfsbrandweer officieel opgericht. Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken (KNHS), MEKOG en CEMIJ organiseerden hun gezamelijke ‘Brandweer en Eerste Hulpbrigade’.
Tot die tijd was er geen georganiseerde ‘hulpafdeling’. Verschillende medewerkers uit de ploegendienst en kantoordienst werden per afdeling aangewezen. Het materieel waarover men beschikte bestond uit een motorspuit, een brandladder, schuimblusapparaten, een slangen- en gereedschapswagen. Dit alles naast op het bedrijf aanwezige speciale blusmiddelen, zoals stoomblusleidingen in het Benzolgebouw, handblusapparatuur en opjaagpompen.
De eerste stappen richting een georganiseerde bedrijfsbrandweer werden gemaakt door de brandweercommissie onder leiding van de heer Ir. Spies. De bedrijfsbrandweer zou volgens hem uit vrijwilligers moeten bestaan. ‘Vrijwilligers zeuren niet over tijd die buiten den werktijd van hen gevraagd wordt’, aldus Spies. Tevens pleitte hij voor een centrale opslag van het brandweermateriaal op het bedrijfsterrein, intensievere samenwerking met de verbandkamer, het inrichten van een oefenterrein en het plaatsen van brandsirenes op het terrein. Zijn gedachten gingen uit naar een vrijwillige brandweerkern van 15 tot 20 leden, waarbij alleen zij lid kunnen worden die niet verder dan circa 1 km van de fabriek verwijderd wonen.
De heer Spies kocht in 1933 op het Waterlooplein in Amsterdam een kolenvrachtauto voor de somme van 225 gulden. Deze werd omgebouwd tot brandweerwagen. Daarnaast werd een centrale alarminstallatie gebouwd en werden de brandweerkernleden voorzien van specifieke brandweerkleding, zoals (in de centrale) een overall met ritssluiting, een veiligheidsgordel met bijl en electrische lamp, een brandweerhelm en een gasmasker; voor bewaring thuis een paar laarzen, een rijbroek met ritssluiting, een trui en een jas van zeildoek.
Het aantal kernleden bedroeg 15. Zij volgden tevens een EHBO-opleiding. Trots werd nog vermeld dat zich spontaan meer dan het benodigde aantal vrijwilligers hadden aangemeld. Spies werd uiteraard de eerste brandweercommandant, een taak die hij vervulde tot 1945.
Bedrijfsbrandweer anno nu De vrijwillige bedrijfsbrandweer van Corus Staal is anno 2008 nog steeds samengesteld uit personeel dat zich vrijwillig ter beschikking van het bedrijf gesteld heeft en wordt om deze reden aangemerkt als een vrijwillige bedrijfsbrandweer. De leden zijn werkzaam in vele verschillende afdelingen op het bedrijf in IJmuiden. Hun opleiding en uitrusting voldoen aan de richtlijnen van de overheid. Er is altijd voldoende brandweercapaciteit geconsigneerd om effectief te kunnen optreden.
De bedrijfsbrandweer heeft drie tankautospuiten, een hulpverleningsvoertuig, een verbindingscommandowagen, en schuim- en poederblusaanhangwagens. Het uitrukken van de gemeentebrandweercorpsen van Velsen, Beverwijk en Heemskerk is geregeld in een convenant. De gemeentebrandweerkorpsen oefenen periodiek samen met de Corus brandweer. Hierdoor zijn de korpsen op elkaar ingespeeld en is men bekend met de situatie op het Corusterrein.
Om een oefenplan voor het Brandweerkorps van het bedrijf in IJmuiden te vervaardigen, is een andere benadering nodig dan bij de beroeps- en vrijwillige gemeentebrandweer. De bedrijfsbrandweer van het staalbedrijf in IJmuiden oefent niet op een avond, maar oefent een dag in de maand van 08:00 tot 16:30 uur, met uitzondering van de vakantiemaanden juni, juli en augustus.
Buiten de tijden dat de bedrijfsbrandweer zelf oefent, wordt er ook ondersteuning gegeven aan de verschillende afdelingen op het terrein. Deze ondersteuning resulteert in het vervaardigen van een oefenplan en het meedraaien van een bevelvoerder in de afdelingsoefening. Voor de bevelvoerders zijn er drie extra oefendagen waarin onder meer aandacht is voor leidinggeven, procedures en inzet strategie voor verschillende situaties.
Dit alles leidt er toe dat onze vrijwilligersbrandweer in de regio als een vakkundig en goed gemotiveerd korps wordt gezien. |