 |
 |
|
De Grijper - Milieuplan uit 1952 |
|
 |
 |
|
Gietwalsinstallatie |
|
|
 |
|
Duurzaamheid
Corus wil tot de wereldtop behoren als het gaat om een efficiënt energiegebruik. Maar we willen ook steeds meer en beter staal maken. Het totale energieverbruik zal dus toenemen. Daarom wordt het energieverbruik gemeten per ton staal.
We beseffen dat we CO2 uitstoten, en we doen alles wat in onze macht ligt om de emissie terug te dringen. Ook met de overheid hebben we de (vrijwillige) afspraak om tot de wereldtop te horen qua efficiëntie. Om die positie te behouden, moeten de steeds weer met innovaties komen, want ook wereldwijd wordt het energieverbruik teruggedrongen.
Gelukkig kunnen we bogen op een rijke traditie en een ijzersterk innovatieprogramma. Een greep uit verleden en heden:
- 5 november 1930. Een van de voornaamste bijproducten van Hoogovens is het calorierijke gas dat vrij kwam bij de productie van kooks. Het kooksgas wordt eerst in de eigen centrale omgezet tot stoom, het overschot wordt geleverd aan de provinciale elektriciteitsmaatschappij. - Het nummer van personeelsblad De Grijper, op 1 februari 1952, handelt over het eerste milieubedrijfsplan. - Concreet pakket afgesproken om ten aanzien van stof en geluid verdere verbeteringen door te voeren. (bespuiten van voorraden materiaal, veegauto’s) - In de periode 1989 tot 2000 is er ongeveer 15% efficiënter gewerkt met energie. - Wij leveren overtollige stikstof uit ons productieproces aan Gasunie (dat dit nodig heeft om te vermengen met aardgas) en aan Nuon. - Staalproductie vereist immens hoge temperaturen. Om die warmte te maken is energie nodig, opgewekt door aardgas en andere brandstoffen. Corus wil zo weinig mogelijk aardgas gebruiken. Daarom wordt ook veel warmte, ofwel energie, uit eigen processen gehaald. Hoe meer warmte we kunnen recyclen, hoe minder aardgas we hoeven in te kopen. Dat heeft als gevolg: minder kosten en minder CO2-uitstoot. - Alle energie die bij het productieproces vrijkomt, proberen we ergens anders weer in te zetten. In ketel 41, bijvoorbeeld, gebruiken we warme lucht van de sinterfabriek en aanvullend hoogovengas om stoom op te wekken.
Met het onderzoeken en ontwikkelen van deze maatregelen houdt RD&T zich bezig. Een groep van twintig mensen werkt fulltime aan het terugdringen van energieverbruik. Waaronder het hergebruik van warmte. De meeste maatregelen die nu worden bedacht en uitgevoerd hebben effect op de korte termijn: binnen vijf jaar. Voor de lange termijn worden volstrekt nieuwe processen onderzocht. Samen met de Europese staalindustrie werken we aan energiebesparing op de lange termijn. We zoeken geheel nieuwe processen van ijzer en staal maken en energie besparen. Een ontwikkelingsproces van decennia!
Belangrijke ontwikkelingen in de afgelopen jaren:
- De Gietwalsinstallatie, anno 2000, waarmee plakken staal niet opnieuw opgewarmd hoeven te worden voordat ze de warmbandwalserij ingaan. Het scheelt veel energie als je een plak staal één keer minder hoeft op te warmen – tot zo’n 1.200 graden! - Gebruik van warmtewisselaars. Bij het opwarmen van staal in een oven verbrand je gas en komt er ook gas vrij. Dat rookgas is ongeveer 900 graden. De warmtewisselaar haalt warmte uit die gassen, waardoor ze afkoelen tot 400 graden. De warmte uit de gassen gaat de oven weer in met de verbrandingslucht. Zo gaat er minder energie verloren naar de omgeving. We onderzoeken nu of we die rookgassen nog verder kunnen afkoelen, naar 100 tot 150 graden.
Met dit soort innovaties proberen we steeds onze positie in de wereldtop te handhaven.
|